Vroegste geschiedenis van de Mongolen

Vanaf de 9de eeuw v.Chr. kwamen de eerste sedentaire beschavingen in het zuiden in aanraking met de nomadische ruiters, die van tijd tot tijd verschenen, soms de steden en dorpen aanvielen en plunderden en dan weer verdwenen. Hierbij viel het op dat deze nomaden enkel gebruik maakten van cavalerie, die precisie in het hanteren van pijl en boog combineerden met de snelheid van hun paarden. Omdat de Mongolen zelf niet sedentair waren koesterden ze weinig respect voor landbouwers.: in hun ogen waren het slechts mensen die leefden op handen en knieën, wroetend in de aarde en nog minder waard dan een paard! Zelf deden de Mongolen ook niet aan mijnbouw of aan de ontwikkeling van technologieën, zodat ze voor hun wapens, metalen (goud en zilver), zijde,… afhankelijk waren van andere beschavingen. De ‘handel’ was bijzonder eenzijdig, want de nomaden hadden behalve wol en dierenhuiden niet veel aan te bieden, de stap naar plundering van naaste buren was in hun ogen dan ook een logische oplossing. Zo ontwikkelden de Mongolen ‘handelsrelaties’ met de Chinezen: Deze zagen de Mongoolse strooptochten als een noodzakelijk kwaad dat ze zo goed mogelijk moesten proberen te overleven of met enorme afkoopsommen kon verhinderen…

Het eerste grote rijk dat de nomadische ruiterstammen vestigden was dat van de Turken, die uiteindelijk in Anatolië zouden neerstrijken. Vanaf de 6de tot de 7de eeuw heersten zij over een rijk dat geheel uit steppen bestond en zich uitstrekte van de Chinese grens tot aan de Zwarte Zee. Na de ineenstorting van hun rijk, kwamen de Oejgoeren, een half-nomadisch volk dat regeerde tot de 12de eeuw. Deze werden opgevolgd door de Kitan en vervolgens door de Joetsjen uit Mantsjoerije. De Joetsjen waren niet sterk geïnteresseerd in Mongolië, maar concentreerden zich op China, waar ze de Tsjin-dynastie stichtten. Deze dynastie zou al gauw het hoofd mogen bieden aan het opkomende Mongoolse rijk.

Genghis Khan (Temoedjin)

Inleiding

Toen Temoedjin in 1167 (volgens andere bronnen is hij geboren tussen 1155 en 1167) het levenslicht zag, was er van het grootse, woeste steppenvolk van de Mongolen nog helemaal geen sprake. Op politiek vlak stelde Mongolië niets voor: het kende voortdurende stammentwisten na de leemte die was ontstaan ten gevolge van het verslaan van de Kitan. De Chinezen hadden natuurlijk alle baat bij deze stammentwisten en moedigden deze zelfs aan. In Temoedjins jeugd waren de Tartaren, dank zij de steun van de Tsjin, de machtigste stam, die net zoals de Mongolen in Oost-Mongolië leefden…

Tegenover deze achtergrond werd Temoedjin de grote man, hoewel niets er op wees dat hij en zijn opvolgers er zouden in slagen om gedurende tweehonderd jaar het grootste rijk ter wereld in stand te houden.

Jeugd en eerste stappen naar de macht

Temoedjins jeugd is niet gemakkelijk geweest: Op negenjarige leeftijd werd hij door zijn vader, naar aloude Mongoolse traditie, bij zijn toekomstige schoonfamilie gebracht, waar hij zou moeten leven tot aan zijn 14de jaar. Kort hierna werd zijn vader door een rivaliserende stam vergiftigd door de Tartaren. In principe zou Temoedjin nu de leider van zijn stam moeten zijn, maar niemand wenste een jongen als leider te accepteren dus werden hij en zijn familie in de steek gelaten. Hij en zijn familie leefden nu opgejaagd door vijandelijke stammen, als arme nomaden en voedden zich vooral met wilde bessen en marmotten. Eén lichtpunt was Temoedjins vriendschap met Djamoeka, een jongen van een andere clan. Djamoeka werd zijn anda. De anda was een uniek Mongools concept waarbij twee goede kameraden uit verschillende stammen broederschap zweerden.

Hoe dan ook was het een harde strijd om het bestaan, Temoedjin zou zelfs tijdens een twist om de jachtbuit zijn halfbroer vermoord hebben. Wellicht werd hij omwille van deze misdaad gevangen genomen door de Taidjoet, verwanten van zijn halfbroer, en verplicht om gedurende enkele maanden een houten schandbord om zijn nek te dragen. Hij kon gelukkig ontsnappen maar diende zich schuil te houden voor de Taidjoet. Op 16-jarige leeftijd huwde hij Börte, maar zij werd ontvoerd door de vijandelijke stam van de Kereit. Met de hulp van Djamoeka kon Temudjin zijn vrouw bevrijden, maar tot zijn grote ontgoocheling bleek ze zwanger te zijn. Haar eerste kind Jodji zou voor altijd achtervolgd worden door het stigma van mogelijke onwettigheid.

Na de succesvolle veldtocht tegen de Kereit kreeg Temudjin de smaak van het oorlogvoeren te pakken, maar de rivaliteit tussen hem en Djamoeka werd steeds groter. Uiteindelijk werd Temoedjin gekozen tot ‘khan van de Mongolen’, ten nadele van Djamoeka, hoewel zijn aanhang nog niet groot was. Toch geloofde hij in zichzelf, zo verklaarde hij:

“ Mijn kracht wordt versterkt door de Hemel en aarde. Voorbestemd door de Machtige Hemel, werd ik hier gebracht door Moeder aarde”

De macht groeit

Temoedjins macht werd nog groter door een alliantie met de anda van zijn vader, Toghril, die hoofdman was van de Kereit. Ondertussen deden de Tsjin een beroep op Toghril en Temoedjin om af te rekenen met hun vroegere Tartaarse beschermelingen. De daaropvolgende nederlaag van de Tartaren (1202) leverde Temoedjin groot succes op en Toghril de titel van Ong (Wang) Khan (de naam Wong werd later verward met de naam John. Omdat de Kereit nestoriaanse christenen waren leverde dit in de middeleeuwen voer voor de grote mythe van Priester Johannes (Priest John). Djamoeka sloot echter een bondgenootschap van stammen tegen Temoedjin, maar ondanks zijn numerieke meerderheid werd hij door Temoedjin verslagen. Ook Ong Khan keerde zich tegen hem, maar moest het lot van Djamoeka delen. Na het verslaan van de Naiman, werd Temoedjin in 1206 de onbetwiste leider van de Mongolen. Door zijn diplomatische talenten (uithuwelijken van zijn kinderen), charisma, organisatie van zijn leger, militaire sluwheid én wreedheid tegen zijn medeburgers te combineren, slaagde Temüjin er definitief in om de stammen tot één enkele natie te verenigen. Men verleende hem dan ook de titel van opperste veroveraar: “Genghis Khan”. Ondertussen hadden officieren van Djamoeka hun leider aan Genghis uitgeleverd in de hoop bij de khan in de gratie te komen. Verraders konden echter bij Genghis niet op genade rekenen en werden zonder pardon geëxecuteerd. Genghis gaf zijn oude vriend de kans om zijn leiderschap te erkennen, maar toen deze weigerde werd zijn rug gebroken…

Het nieuwe Mongolië: Ingrijpende militaire en politieke hervormingen

Militaire hervormingen

De militaire hervormingen van Genghis zouden een basis vormen voor de verdere militaire successen van het Mongoolse legers.

  • Alle mannen werden verplicht om vanaf 14 jaar hun militaire dienstplicht te vervullen, alleen artsen, begrafenisondernemers en priesters werden vrijgesteld
  • Genghis voerde de jacht of de hulega in als militaire oefenmethode: De soldaten simuleerden de jacht op een fictief dier en probeerden op die manier de controle over hun paard te perfectioneren. Ook de jacht op ‘echte’ dieren werd vaak gezien als een militaire oefening.
  • De ordoe (het kamp) werd gebouwd met een vaste structuur
  • Het leger werd onderverdeeld in groepen van tien (arban), honderd (jagoen), duizend (minghan) en tienduizend man (tümen)
  • Hij reorganiseerde de structuur van de legerleiding volgens het principe van de meritocratie: militaire en politieke leiders werden gekozen omwille van hun verdiensten en niet omwille van hun afkomst!
  • Als vaandel koos hij de Negen Banden van yakhaar, wat later zou uitgroeien tot de officiële vaandel van het rijk.
  • Het oprichten van de kesjig of persoonlijke lijfwacht van de khan, die uitgroeide tot een leger van tien eenheden van duizend man.
  • Genghis doorbrak de traditionele stamlegers en verspreide de afzonderlijke soldaten van een stam over meerdere divisies te verspreiden: zo verdwenen de oude stammendivisies geleidelijk aan, hetgeen resulteerde in een sterkere eenheid van het Mongoolse leger
  • De soldaten werden professioneel getraind om te leren vechten als een grote eenheid en niet als individuen. Het leger was bovendien het brandpunt van loyauteit tegenover de khan.

Onder Genghis werd bepaald dat elke soldaat persoonlijk moest instaan voor zijn uitrusting. Deze bestond uit:

  • Een zijden hemd
  • Een maliënkolder
  • Rieten schild en helm
  • Twee samengestelde bogen: de Mongoolse boog had een trek-kracht van ongeveer 80 kilogram en kon meer dan 320 meter ver schieten. De boogpees werd aangetrokken met een stenen duimring – in plaats van met de vingers – wat de snelheid van het afvuren van pijlen enorm opdreef.
  • Zestig pijlen (in twee pijlenkokers) in allerlei vormen en gewichten.
  • Een zwaard
  • Twee of drie speren (lichte cavalerie)
  • Kromzwaard, strijdbijl, knots en vier meter lange lans (zware cavalerie)
  • Kleding, kookpotten, gedroogd vlees, veldfles, vijlen om pijlen te scherpen
  • Een zadeltas gemaakt van een koeiemaag, die waterdicht was en zo gebruikt kon worden om rivieren over te steken

Het paard als belangrijkste lid van het leger

Het paard was echter het meest waardevolle bezit van de Mongoolse ruiter. De dieren werden voor een periode van meer dan drie jaar getraind. De steppepaarden waren bekend om hun dapperheid en uithoudingsvermogen. De paarden moesten slechts een keer per dag drinken en konden onder de sneeuw zelf op zoek gaan naar gras. Meestal was het omwille van de zelfstandigheid van de paarden zelfs niet nodig om extra voedsel voor de paarden mee te nemen. Meestal kozen de ruiters merries omdat ze zowel de melk als het bloed konden drinken in geval van voedselschaarste in de strijd. Elke ruiter had tussen de drie en twintig paarden, zodat hij onafgebroken kon rijden. Een ruiter kon met gemak boogschieten vanop zijn paard en zelfs slapen en eten. Vaak vergezelde het rondtrekkende leger een kudde van ongeveer 10 000 paarden, onderverdeeld volgens kleur, om duidelijk het onderscheid te kunnen maken. Zwakke paarden werden gedood om op te eten, maar paarden die zich in de strijd dapper hadden gedragen werden gerespecteerd. In geval van zware verwondingen met kreupelheid tot gevolg werden ze wel afgemaakt. Als het paard enorm geliefd was door zijn meester werd het bij diens dood zelf ook gedood, zodat paard en eigenaar zich zouden kunnen verenigen in het leven na de dood. De paarden kregen lichte zadels, gedecoreerd met zilver. Paarden van de zware cavalerie kregen zelfs harnassen, gemaakt van rundervel.

Tactieken

Het Mongoolse leger werd onder Genghis uitgebouwd tot een goed gedisciplineerde, zeer mobiele en solide vechtmachine, die in heel de wereld zijn gelijke niet kende. Nog voor het eigenlijke gevecht startte werden allerlei gemene middeltjes toegepast om de overwinning veilig te stellen. We kunnen gerust stellen dat de Mongolen meesters waren in de psychologische oorlogsvoering: Voor de invasie werden altijd spionnen uitgestuurd of valse handelaars die niet alleen informatie probeerden in te winnen én valse informatie verspreidden over de omvang en wreedheid van het Mongoolse leger. Ook wanneer een stad net veroverd en verwoest was lieten ze enkele burgers in leven om het nieuws van de verschrikkelijke nederlaag aan de omringende steden te melden. Terwijl het leger onderweg was liepen de soldaten op grote afstand van elkaar zodat de vijand de indruk kreeg dat het veel groter was. Genghis zelf had in zijn laatste strijd tegen Djamoeka ook een dergelijke truc toegepast: De avond voor het gevecht had hij veel meer kampvuren laten aansteken dan nodig was voor zijn kamp. Djamoeka dacht aldus dat Genghis in de meerderheid was – hetgeen uiteraard helemaal niet het geval was – zodat vele van zijn soldaten gedemoraliseerd waren nog voor de strijd en velen van hen nog overliepen naar Genghis!

In de strijd zelf genoten twee tactieken hun voorkeur:

  • De tulghma: De lichte cavalerie werd voorop gestuurd om de rechtervleugels aan te vallen terwijl de zware cavalerie ondertussen een zijbeweging maakte om de vijand in de rug aan te vallen
  • De mangudai: De lichte cavalerie viel in heuse zelfmoordstijl de vijand aan, trok zich wanordelijk terug en lokte de vijand uit om hen te volgen. De vijand ging hier gretig op in maar werd gelokt naar een hinderlaag van zware cavalerie…

Meestal was het Mongoolse leger in de minderheid, maar toch hielp sluwheid hen alweer uit de nood:

  • Ze vluchtten weg en zorgden op minstens twee dagreizen van de vijand te zijn, maar vernielden alles om hen heen zodat de vijand zich niet kon bevoorraden
  • Ze verborgen zich voor bijna twee weken, totdat het vijandelijke leger zich begon te ontbinden om hen dan bij verrassing aan te vallen. Bij de invasie van Rusland werd dit met succes toegepast.

Legereenheden communiceerden van op grote afstand met elkaar door het gebruik maken van fluitende pijlen, vuur pijlen, toortsen en vlaggen. Men gebruikte ook de koeriersdienst van de jam, waarbij om de 40 kilometers stations stonden om van paard te verwisselen. De koerier en zijn paard droegen belletjes zodat men ze al van ver hoorde aankomen en er geen tijd verloren werd om een vers paard voor hem klaar te zetten. Op die manier kon een koerier per dag tot 200 km afleggen!

Het leger had ook de beschikking over geavanceerd oorlogsmateriaal, dat ze over genomen hadden van de Chinezen:

  • De lichte katapult: Bediend door 40 man, schoot dit toestel projectielen van 100 kilogram bijna 100 meter ver
  • De zware katapult: Bediend door 100 man die lichtelijk zwaardere projectielen konden wegschieten dan hun collega’s met de lichte katapult. Het toestel schoot ook 50 meter verder. Vaak werden vaten met brandende teer afgeschoten zodat er op het slagveld een rookgordijn ontstond. Verder schoten ze ook brandbommen af, die wel niet zoveel schade berokkenden, maar wel heel veel vuur verspreidden. Deze wapens hadden vooral een psychologisch effect.
  • De ballista: Dit toestel leek op een grote kruisboog die zware pijlen afschoot vanop een afstand van 150 meter (ongeveer dezelfde afstand als de zware katapult), maar veel preciezer.

Dit oorlogsmateriaal werd vooral gebruikt bij het belegeren van steden. Meestal werden belegerde steden omringd met een houten palissade, zodat geen enkele boodschapper nog in of uit de stad kon. Deze tactiek hadden ze wellicht afgekeken van de Romeinse veroveraars. Enkele malen lieten de Mongoolse belegeraars zelfs rivieren van hun baan afwijken om een stad te laten overstromen…

Politieke hervormingen

Op politiek vlak werden ook tal van ingrijpende vernieuwingen doorgevoerd:

  • Het nokor-statuut kwam min of meer overeen met het middeleeuwse statuut van leenman tegenover zijn leenheer (in dit geval respectievelijk de nokor tegenover de khan)
  • Genghis laat zijn grote Yasa vastleggen: De Yasa verwoordde de Mongoolse opvattingen over religieuze tolerantie, stelde priesters en religieuze instellingen vrij van belastingen, schreef de doodstraf voor in geval van spionage, desertie, diefstal, overspel en bij het derde faillissement van een koopman. Verder verbood de Yasa ook het wassen en urineren in stromend water, omdat men meende dat stromen en rivieren leefden. De Yasa werd de grondwettelijke basis van het rijk.

Verdere veroveringen

Confrontatie met de Tsjin

Na de verovering van Mongolië en het reorganiseren van het rijk én het leger is Genghis klaar voor de rest van de wereld. De Mongoolse veroveringsmachine is nu niet meer te stoppen: We geven hier een opsomming van de belangrijkste wapenfeiten:

  • 1207 1ste inval in Hsi-Hsia (een rijk ten zuiden van Mongolië, onder de Gobi-woestijn) met de bedoeling om de 2de inval van 1209 te financieren
  • 1209 2de inval in Hsi-Hsia: huwelijk tussen de koning van de Tangoeten en de dochter van Genghis
  • 1211 Start van veldtochten tegen de Tsjin (de Chinezen) Ondanks hun verdedigingsmuur (de Grote Muur) en hun overmacht aan soldaten worden de Tsjin verpletterd door Genghis’ leger: van de 70 000 Tsjin-krijgers is bijna geen enkele overlevende! De Mongolen slagen er echter niet in om Tsjoeng-toe (hun hoofdstad, in de buurt van het hedendaagse Beijing) te veroveren
  • 1213 Grote plunder -en moordtochten in het gebied van de Tsjin. Uiteindelijk huwt Genghis met een Chinese prinses.
  • 1214 Laatste poging om Tsjoeng-toe te belegeren: het resultaat is verschrikkelijk! De ganse stad wordt aan het zwaard geregen, tot huisdieren toe. Dit moet een voorbeeld zijn voor andere steden die zich niet willen onderwerpen.
  • 1218 Overgave van de Koreanen: Onder de indruk van de wreedheid van de Mongolen geven de Koreanen zich zonder slag of stoot over aan Genghis

Bij de val van Tsjoeng-toe geven niet alleen soldaten zich over maar ook tal van Chinese overheidsfunctionarissen en geleerden. Onder hun invloed deden de Mongolen de eerste stappen naar het overnemen van het bestuur van een veroverd land.

De definitieve verovering van de Tsjin zou echter pas enkele tientallen jaren later (nl. in 1234) voltooid worden.

Confrontatie met de moslims

Hoewel de verovering van de Tsjin nog niet volledig afgewerkt was, richtte Genghis zijn aandacht al naar andere oorden. Deze keer moesten de moslims het ontgelden…

  • 1216 Genghis stuurt drie gezanten naar Samarkand (een stad van ongeveer 500 000 inwoners). De gezanten hebben een brief bij voor sjah Ala Al Din Muhammad II, waarin de sjah op vernederende toon aangesproken wordt: Genghis noemt de machtige sjah namelijk ‘zijn zoon’. Een eerste stap naar oorlog is gezet.
  • 1218 Mongoolse handelaars, waarvan men dacht dat het spionnen waren, worden door de Sjah vermoord én de Mongoolse onderhandelaars die om uitleg waren komen vragen. De oorlog is nu officieel begonnen. De sjah beschikt over een leger van 400 000 manschappen – dubbel zoveel als zijn Mongoolse tegenstander ! - en is zeker van de overwinning
  • 1220 Via krijgslisten slagen de Mongolen er in om Boekhara, een belangrijke stad in het gebied van de sjah te veroveren. Genghis laat de moskee gebruiken als paardenstal en de koran-houders als voederbakken. Hij spreekt de inwoners toe en noemt zichzelf ‘de straffe Gods’ die gekomen was omdat de inwoners gezondigd hadden. De inwoners worden uit de stad gejaagd, die volledig geplunderd wordt. Met de inwoners van Boekhara als levend schild voor zich én als lastige hindernis voor het leger van de sjah, slaagt Genghis er in om Samarkand al na 5 dagen te laten kapituleren. Ook Otrar waar de sjah zich verscholen had wordt vernietigd. De gouverneur van Otrar wordt geëxecuteerd door in zijn ogen en oren gesmolten zilver te gieten. Alle veroverde steden worden geplunderd en met de grond gelijk gemaakt.

Genghis zou Ala Al Din niet te pakken kunnen krijgen, want liever nog dan in Mongoolse handen te komen pleegde hij zelfmoord. Tijdens de zoektocht naar de Perzische leider werden echter niet minder dan 700 000 mensen in koelen bloede afgeslacht.

De laatste jaren

Na de succesrijke veldtochten tegen de moslims splitst het Mongoolse leger zich in twee delen: Genghis trekt naar Afghanistan een het Noorden van India, terwijl Soebodai door de Caucasus en Rusland trekt. Het was niet onmiddellijk de bedoeling om het Mongoolse territorium uit te breiden, maar om zoveel mogelijk te plunderen. Tegenstand, hoe talrijk die ook was, werd genadeloos afgemaakt: Daarvan konden de Armeniërs en de Russen getuigen: Hoewel ze beiden in de meerderheid waren maakten ze geen schijn van kans tegen de Mongoolse cavalerie.

Genghis was het vechten ondertussen beu geraakt: in een filosofische stemming – die niet bij hem paste – had hij de beroemde taoïstische wijze Tsj’ang Tsj’oen vanuit zijn klooster bij hem geroepen. Genghis vroeg de geleerde of hij het elexir van het eeuwig leven kende, waarop de wijze negatief moest antwoorden…Genghis was echter onder de indruk geraakt van de Taoïstische wijsheid zodat hij deze boeddhistische stroming tal van voorrechten verleende. In 1222 reisde hij naar terug naar Boekhara om er gesprekken te houden met de geestelijken over de deugden van de Islam. Genghis kon het echter niet begrijpen waarom de moslims jaarlijks een pelgrimstocht naar Mekka maakten: Hoe kon God nu aanwezig zijn in een steen? Was God niet overal aanwezig hier op aarde? Toch vroeg de khan aan de imams om voor hem te bidden. Uiteindelijk kon Genghis zijn draai niet vinden temidden van de moslims en vatte in 1223 de terugtocht naar Mongolië aan, waar hij pas in1225 arriveerde. In zijn kielzog volgde een kilometerslange karavaan beladen met oorlogsbuit. Maar ook hier kriebelde de microbe van het oorlog voeren… Hoewel hij al over de 60 was vertrok Genghis in 1226 voor veldtocht tegen de Tangoeten, maar door een val van zijn paard moest hij verstek geven. Het werk werd echter voortgezet door zijn bekwame generaals.

Aan het begin van de zomer van 1227 was de oorlog tegen de Tangoeten bijna voorbij, de definitieve eindzege zou Genghis zelf niet meer meemaken en dat voelde hij. Hij liet zijn zoons Ogodei, Toloei en Jaghatai bij zich roepen en verdeelde het rijk onder hen. Zijn laatste woorden werden opgetekend in de Mongoolse kroniek die na zijn dood werd opgesteld, de Geheime Geschiedenis van de Mongolen:

“Mijn nakomelingen zullen goud dragen, ze zullen de meest uitgelezen spijzen eten, ze zullen de beste paarden berijden, ze zullen de mooiste vrouwen in hun armen houden en ze zullen vergeten aan wie ze dat alles te danken hebben.”

Nadat hij aan zijn jongste zoon had uitgelegd hoe hij de veldtocht tegen de Tangoeten moest voltooien, liet hij zijn zonen zweren de oorlog tegen de Tsjin gezamenlijk voort te zetten. De Tsjin waren namelijk door het overlijden van de Mongoolse bezettende generaal in opstand gekomen.

Genghis sloot zijn laatste woorden af met de legendarische zin:

“Een daad is niet glorieus voor hij is voltooid.”

Zo stierf Genghis op 24 augustus 1227. Zijn dood werd voor het leger geheim gehouden want dit negatieve nieuws zou wel eens een effect kunnen hebben op hun militaire prestaties tijdens de belegering van de hoofdstad van de Tangoeten. Toen de stadspoorten uiteindelijk opengingen, werden de Mongoolse soldaten op de hoogte gesteld van de dood van hun Grote Khan. De krijgers vlogen naar binnen en maakten alle levende wezens binnen de stadsmuren zonder pardon af.

De tocht van de rouwstoet die Genghis terugbracht naar de steppe waar hij was geboren nam vele weken in beslag. Onderweg werd iedereen die de stoet tegenkwam ter plekke gedood ‘om hun meester in een andere wereld te dienen’. De Grote Khan werd begraven op de mythische plaats waar de Blauwe Wolf en de Damhert-hinde, de legendarische voorouders van de Mongolen, zouden gepaard hebben. Drie maanden lang lag het lijk van Genghis opgebaard en vorsten en ambassadeurs van alle overwonnen naties kwamen hem de laatste groet brengen. Bij de uiteindelijke begrafenis werden veertig met juwelen getooide slavinnetjes en veertig van de beste paarden geofferd en naast hem begraven. Vervolgens reden duizend ruiters over de begraafplaats om alle sporen uit te wissen. En inderdaad… nog steeds is het graf van de legendarische leider niet gevonden.

Genghis’ erfenis

Genghis’ opvolgers hebben zijn laatste woorden ter harte genomen en de verovering van de wereld verder gezet.In feite was de Mongoolse expansie net begonnen bij de dood van Genghis…

Vreemd genoeg heeft men Genghis nooit gezien als de stichter van een groot rijk dat 4 x zo groot was als dat van Alexander (en veel duurzamer) en 2 x zo groot was als het Romeinse Rijk. Men zag Genghis eerder als een woeste barbaar dan als een veroveraar. In het hedendaagse China roept hij zelfs nog steeds een gevoel van afschuw op! En terecht: alleen al het ingrijpen van Genghis Khan had miljoenen chinezen, waar de Mongolen niets van respect voor hadden, de dood in gejaagd: volgens een volkstelling uit 1195 telde het rijk van de Tsjin 50 miljoen inwoners, in 1235 waren dat er nog maar amper negen miljoen! Ondanks het feit dat deze cijfers wat overdreven kunnen zijn, geeft het toch een beeld van de Mongoolse wreedheid.

Het Mongoolse Rijk na de dood van Genghis Khan

En er zouden nog veel slachtoffers vallen! We geven hier een beknopte opsomming van Mongoolse veroveraars en hun militaire verwezenlijkingen, waarbij het helemaal niet de bedoeling is om hier exhaustief op in te gaan:

  • 1230 Ogodei Khan zet de veroveringstocht verder.
  • 1234 De Tsjin worden verslagen, hun dynastie wordt uitgeroeid. Ogodei was van plan om miljoenen boeren uit te roeien, maar de Chinese hoveling Jeh-loe Tj’oe-ts’ai overtuigde de khan ervan dat hij op die manier grote belastingsinkomsten aan zijn neus zou zien voorbijgaan. Nu pas was de khan overtuigd…
  • 1235 Bouw van de nieuwe Mongolenhoofdstad Karakoroem. Dank zij de koerierdienst van de Jam werd de khan van al het nieuws in zijn rijk op de hoogte gebracht. Tijdens datzelfde jaar neemt de koeriltai, de Mongoolse raad, de beslissing om Europa binnen te vallen.
  • 1237 Het Mongoolse leger steekt de Wolga over: het Russische vorstendom Riazan valt als eerste. De stad wordt met de grond gelijk gemaakt, de prins en zijn familieleden werden gespietst op palen of levend gevild. Vrouwen (inclusief nonnen) werden verkracht. Daarna was Moskou aan de beurt en de stad Kozelsk die volledig in de as gelegd wordt.
  • 1240 Val van de steden Tsjernigov, Pereiaslav, Kiev en tal van andere Russische steden
  • 1241 Inval in Polen: Op 24 maart wordt Krakau geplunderd en verwoest. Tot op de dag van vandaag wordt dit herdacht. Een grote Hongaarse ‘bevrijdingsmacht’ onder leiding van koning Béla van Hongarije wordt verpletterend verslagen: Meer dan 60 000 Europeanen laten het leven in de strijd.
  • 1242 De Mongolen maken onder leiding van Batoe de eerste verkenningstochten in Oostenrijk. Verkenners worden in de buurt van Wenen gesignaleerd. In hetzelfde jaar overlijdt de khan Ögodeï, wellicht een gevolg van overmatig alcoholgebruik. Dit betekent de redding voor Europa, want alle Mongolen trekken terug naar hun vaderland.
  • 1245 Organisatie van een Concilie door paus Innocentius IV: en van de belangrijkste problemen die ter tafel liggen is de Mongoolse dreiging. Er wordt beslist om missionarissen naar de Mongolen te sturen in een poging hen te bekeren tot het christendom. Een van hen was de franciscaan Johannes Carpini, die een uitgebreid verslag nagelaten heeft van zijn tocht naar de khan. Pas na twee jaar keert hij terug naar Europa.
  • 1251 Na een interne machtsstrijd wordt Mönke als nieuwe khan verkozen. Hij richt zijn pijlen niet meer naar Europa, maar naar de islamitische wereld. De Vlaamse monnik Willen van Ruysbroek trekt naar de nieuwe khan in een poging hem tot het christendom te bekeren. Ruysbroeks donderpreken halen echter niets uit.
  • 1253 De Mongolen starten de verovering van de islamitische wereld, een van hun generaals is de zeer bekwame Hülagü.
  • 1258 Verwoesting van Baghdad door Hülagü. Volgens Perzische kronieken stierven tussen de 800 000 en 2 000 000 mensen binnen de stadsmuren! Het overlijden van Mönke zorgt ervoor dat de verovering van de islamitische wereld stopgezet wordt.
  • 1259 Interne machtsstrijd bij de Mongolen
  • 1260 Ked Boeka, een Mongools aanvoerder wordt verslagen door een leger van Mammeloeken (oorspronkelijke soldaat-krijgers van Egyptische oorsprong). De mythe van de onoverwinnelijke Mongolen krijgt een serieuze deuk. Uiteindelijk laten de Mongolen hun plannen varen voor de verovering van de islamitische wereld. In hetzelfde jaar wordt Koebilai de nieuwe khan. Hij zal zich, onder invloed van zijn vrouw Tsjabi ontpoppen tot een rechtvaardig vorst die het welzijn van zijn burgers hoog in het vaandel voerde
  • 1266 Koebilai laat zijn nieuwe hoofdstad Ta-toe (Grote Hoofdstad) bouwen, hij laat er intellectuelen van gans zijn rijk wonen. In 1271 kan hij zijn intrek nemen in deze nieuwe stad.
  • 1271 Koebilai verslaat de laatste haarden van Chinese autonomie tegen zijn gezag. Ta-toe wordt nu zelfs de enige hoofdstad van het Chinese (en Mongoolse) rijk. Met slechts enkele honderduizend Mongolen worden meer dan zestig miljoen Chinezen onder de knoet gehouden! Koebilai sticht in China de Joean-dynastie en zorgt voor een grote bloei in de Chinese wereld, zowel op economisch, sociaal als artistiek vlak. Het is dit China dat door Marco Polo bezocht en beschreven wordt en de Europeanen fascineert.
  • 1274 Koebilai onderneemt een eerste poging om Japan te veroveren. De aanval mislukt door een storm.
  • 1281 Ook de 2de inval mislukt, deze keer door een tyfoon die de Mongoolse vloot vernielt: Ongeveer 140 000 Mongoolse soldaten sterven in de tyfoon. De Japanners zien deze nieuwe storm die hen van een Mongoolse invasie redt als een goddelijk teken: de stormen werden ‘goddelijke winden’ genoemd (kamikaze). In datzelfde rampjaar sterft bovendien Koebilais geliefde Tsjabi
  • 1294 Als een droevig en ongelukkig mens sterft Koebilai. Hij was de laatste grote Mongoolse khan

Middeleeuwse Europese opvattingen over de Mongolen

Lange tijd was het Verre Oosten, waar de Mongolen van afkomstig waren, voor de Europeanen terra incognita, onbekend gebied. Woonden er cynocephalen (hondenkopmensen) of monopedes (mensen met slechts één voet) of antipodes (mensen waarvan de voeten naar achteren gericht waren). En bovendien… welke dieren leefden in dat gebied? Eenhoorns? Goudzoekende mieren?

Was het Verre Oosten ook niet het land waar de mysterieuze Priester Johannes woonde, die de Europese vorsten zou bijstaan in hun strijd tegen de islam? Omdat hij een groot moslimleger verslagen had (nl. dat van Ala Al Din) werd Genghis Khan geïdentificeerd met deze katholieke priester-koning.

Men vroeg zich ook af waar de wrede Mongolen vandaan kwamen die er in geslaagd waren het trotste, christelijke leger van koning Béla in 1241 te verslaan. Waren zij gezonden door Satan om Europa te straffen? Er bestond geen twijfel dat zij de nakomelingen waren van Gog en Magog, twee verschrikkelijke reuzen uit het Oude Testament. Men noemde hen de Tartaren, een naam afgeleid van het latijnse woord tartarus, dat onderwereld betekent. De Kerk verleende hen zelfs de titel ‘Hamer Gods’. Men verwachtte zelfs het einde der tijden…

Midden deze sombere en apocalyptische tijden kreeg de fantasie van christelijke kroniekschrijvers vleugels.

Zo schreef Mattheüs Paris over hen:

Om de wreedheid en geslepenheid van deze mensen te benaderen, is geen laster erg genoeg; en om u kort in te lichten over hun verworden gewoonten, zal ik niets vertellen waarover ik ofwel twijfels of niet meer dan een mening koester, maar alleen wat ik met zekerheid bewezen acht en wat ik weet. De Tartaarse hoofdman, met zijn dinergasten en andere lotuseters voedden zich met hun karkassen als waren deze brood en lieten niets dan de beenderen voor de gieren. De oude en lelijke vrouwen werden aan de kannibalen gegeven… als dagelijks voedselrantsoen; zij die mooi waren, werden niet opgegeten, maar verstikt door horden verkrachters, ondanks al hun kreten en smeekbeden. Maagden werden verkracht totdat zij van uitputting stierven; vervolgens werden hun borsten afgesneden om als delicatessen voor hun hoofdmannen achtergehouden te worden, en hun lichamen boden een onderhouden banket voor de wilden…

Naar alle waarschijnlijkheid had de auteur nog nooit iemand gesproken die een Mongool had gezien, laat staan dat hij er zelf een had ontmoet…

De Mongoolse erfenis

De Mongolen waren de laatste en meest vernietigende mogendheid die Europa vanuit de steppen binnen viel. Hoewel Europa gered was door de dood van Ögodei, had de Mongoolse invasie toch een groot effect gehad op onze geschiedenis:

  • De Mongolen hadden de Genuezen, die voor hen spioneerden, beloofd om alle andere handelsposten in de Krim in ruil voor deze dienst te vernietigen. De belofte werd ingelost, waardoor de Genuezen in dit gebied een monopolie kregen. Dit vergrootte de macht van deze handelsnatie nog meer…
  • De Russische economie werd door de invasies van de Mongolen volledig lamgelegd. De boeren verarmden, maar de aristocratie floreerde.
  • Zoals reeds eerder vermeld was de pest een laatste ‘afscheidscadeautje’ van de Mongolen. In de 14de eeuw zouden miljoenen mensen aan de Zwarte Dood sterven.
  • In Azië alleen al was ongeveer 30 % van de bevolking gesneuveld in de strijd tegen de Mongolen, met zware gevolgen op het vlak van landbouw…

Maar niet alles was negatief:

  • West-Europa kwam in contact met Azië door de talrijke handelsmissies die naar Mongolië gestuurd werden. De handelsroutes werden opengesteld en missionarissen mochten zonder hindernissen doorreizen. De Mongolen respecteerden immers handelaars en religieuzen.
  • Onder Koebilai kende China een zeer grote bloei, zowel op economisch als cultureel vlak
  • De Oosterse orthodoxe Kerk raakte geïsoleerd van Constantinopel en raakte meer en meer onafhankelijk van de moederkerk. Christenen werden door de Mongolen gerespecteerd.
  • Novgorod werd het centrum van handel en kende een enorme bloei.

Strips over Genghis Khan

In het Nederlandse taalgebied bestaan twee reeksen die de opkomst en ondergang van Genghis Khan uitvoerig en prachtig geïllustreerd beschrijven: Scenarist Simon Rocca en tekenaar André Houot brengen in vijf delen het afgewerkte relaas van de jeugd en oude dag van Genghis Khan. De reeks is historisch behoorlijk correct (gaande van kleine details uit het leven van Genghis) en goed geïllustreerd. Op meeslepende wijze brengen auteur en tekenaar de lezer naar de jeugd van Temoedjin, waarbij ze een grote aandacht tonen voor de ontberingen van hun held. Genghis wordt geportretteerd als een hartstochtelijk, onverzettelijk en wreed heerser. Het unieke aan deze reeks is dat ze slechts uit vijf delen bestaat en in deze delen een afgewerkt verhaal brengt.

De Khan is uitgegeven bij uitgeverij Talent, telt 46 pagina’s en kost ongeveer 8 euro.

Hiernaast bestaat nog een andere reeks over de grote Mongoolse veroveraar.

In 1997 verscheen het laatste deel van Cingis Qan. Auteur Patrick Cothias en tekenaar Werner Goelen (Griffo) hebben deze schitterend geïllustreerde reeks nog niet afgewerkt en het valt te vrezen dat het bij deze drie delen zal blijven, hoewel er in het derde deel expliciet verwezen wordt naar de toekomst van de khan. Ook in deze reeks is er uitgebreid aandacht voor de ongelukkige jeugd van Temoedjin. Opvallend is dat Temoedjin bijna als een Europeaan wordt afgebeeld: blank, met Europese trekken, rood haar en een sikje. De figuur van Börte en Djamoeka krijgen in de drie delen telkens een grote rol. Het is maar te hopen dat er ooit nog een vervolg komt aan deze prachtige reeks, maar duizendpoot Griffo heeft heel veel andere stripprojecten die commercieel veel interessanter zijn…

De reeks Cingis Qan is in hardcover uitgegeven bij uitgeverij Glénat, telt 48 pagina’s en kost ongeveer 10 euro.

Mongolen in computerspelletjes

Een van de beste strategiespelen ooit is wellicht Age of Empires van Microsoft. Het spel kende ondertussen al verschillende uitbreidingen, o.a. Age of Empires II: Age of Kings (1999). In dit spel kunnen militaire campagnes gevoerd worden en kan men o.a. de militaire veroveringstocht van Genghis Khan op computer naspelen!

Het spel is op meerdere vlakken historisch correct:

  • De Mongoolse cavalerie krijgt een grote rol
  • De inwoners van Mongolië wonen in Gers
  • Het belegeringsmateriaal van de Mongolen is in ruime mate voor handen
  • De militaire campagne volgt het traject van Genghis op de voet
  • Vlak voor elke afzonderlijke missie krijgt de speler historische informatie
  • Het spel bevat ook een elektronische encyclopedie die tal van informatie bevat over de Mongoolse legers en de Mongoolse geschiedenis.

Verval van het Mongoolse Imperium

Ondanks de tegenslagen (cfr. de invallen in Japan) kan de regering van Koebilai beschouwd worden als het hoogtepunt van de geschiedenis van het Mongoolse Rijk. Officieel voerde Koebilai het bewind over het grootste rijk dat ooit op het vasteland bestaan heeft! Marco Polo noemde hem ‘de grootste ooit op aarde geboren of nu nog levende vorst’.

Na de dood van Koebilai gaat het echter bergaf met het Mongoolse Rijk… De Mongoolse heerschappij verdwijnt het eerst in de islamitische wereld: In 1295 bekeert Ghazan, ilkhan (een soort khan onder de grote khan) zich tot de Islam. Hij is hiermee de eerste khan die breekt met de Mongoolse traditie van religieuze neutraliteit. Toen zijn opvolger Oljeitoe stierf en diens zoon Aboe Sa’id (beiden ook tot de islam bekeerd) geen erfgenaam kon achterlaten stierf het Mongoolse geslacht omstreeks 1335 uit in de Perzische wereld. De Mongoolse bezettingsmacht was opgegaan in de islamitische bevolking.

Maar ook in China brokkelt het rijk af: Tal van natuurrampen (overstromingen en pestepidemieën) , gevolgd door kleine haarden van verzet tegen de Mongoolse regering, leiden in 1356 tot de grote opstand van Tsjoe Joean-tsjang, die uiteindelijk China zou bevrijden. Hij werd de stichter van de Ming-dynastie. De Ming keizers wilden nooit geen Mongoolse horden meer in hun rijk toelaten, wat resulteerde in de verdere uitbouw van de Chinese Muur.

In Centraal-Azië en Rusland hadden de Mongolen zich langer overeind kunnen houden, tot de Russen in 1371 weigerden om hun belastingen te betalen aan de overheersers. Het startschot voor de algemene opstand was gegeven…De Mongolen werden echter geholpen door Timoer de Lamme (of Tamerlan), een Turkse moslim met sterk Mongoolse sympathieën: zo had hij zich ingehuwd in de dynastie van Genghis Khan, met wie hij wou concurreren in wreedheid. Timoer plunderde het opstandige Moskou en zette zijn zinnen ook op de herovering van China, maar overleed onderweg in 1405. Het nazinderen van Timoers wreedheid zorgde ervoor dat Rusland zich pas in 1502, onder Iwan II ‘de verschrikkelijke’ bevrijdde van de Mongoolse hegemonie.

De Mongolen hadden voor ze definitief uit Europa vertrokken nog een laatste ‘cadeautje’ achtergelaten: Tijdens een belegering van de stad Kaffa aan de Zwarte Zee, liet een Mongoolse aanvoerder, wiens kamp getroffen was door de pest, de besmette lijken van zijn soldaten met katapulten over de stadswallen schieten. Dit was het eerste geval van biologische oorlogvoering in de geschiedenis! Vanuit Kaffa bereikte de ziekte Zuid-Europa en Genuese kooplieden verspreidden de ziekte verder. De Zwarte Dood was de grootse ramp die Europa ooit getroffen had…

Hoewel de Mongolen na de vestiging van de Ming-dynastie nog pogingen ondernomen hebben om China te veroveren, leverde dit geen enkel resultaat op. Bovendien was Mongolië zelf verdeeld in 2 stammen: de Oirat (soms gespeld als Zungar) in het westen en de Khalkhas in het oosten. Met deze laatste stam zouden de Chinezen zelfs samenwerken tegen de Oirat in! Uiteindelijk werden de Oirat in 1758 verslagen door een Chinees leger. De Chinezen (Qing-dynastie, vanaf 1644) stimuleerden het boeddhisme in Mongolië, maar traden verschrikkelijk wreedaardig op bij het minste verzet tegen hun gezag. Volgens sommige historici is de Chinese overheersing van Mongolië voor veel Mongolen nog steeds de reden van de niet aflatende vijandschap tussen beide landen…

Naast de onderwerping door China, kwamen ook de Russen op de proppen…Het Russische rijk kende een grote expansie die zijn invloed had op Mongolië. Dit had tot gevolg dat de Mongoolse natie nog sterker verdeeld geraakte: de volkeren in het noorden rondom het Baikal-meer kwamen onder Russische invloed, terwijl die ten zuiden van de Gobi-woestijn door China werden overheerst. Tot in de 20ste eeuw zou er niets aan deze situatie veranderen.

Mongolië in de 20ste eeuw

In 1911 werd de wrede dynastie van de Qing uit Mongolië verdreven en op 1 december werd Mongolië onafhankelijk. Aan het hoofd van het land stond de Bogd Khan (de heilige koning), maar al na 8 jaar werd het land weer door China veroverd. De Chinezen werden wel verdreven door Russische, niet-communistische troepen. Deze Russen gedroegen zich al niet veel beter dan hun Chinese voorgangers en konden op weinig sympathie rekenen bij de Mongoolse bevolking, zeker nadat ze de Bogd Khan van zijn macht beroofd hadden…

In 1921 leidde Soekhe Bator, in samenwerking met de communistische Russen (de bolsjewieken), een communistische coup in Noord-Mongolië en stichtte op 11 juli van datzelfde jaar de Volksrepubliek Mongolië. De Bogd Khan kreeg de macht terug, maar in werkelijkheid was zijn functie louter ceremonieel. In zijn plaats regeerde de Mongoolse Volkspartij die 69 jaar onafgebroken aan de macht zou blijven.

In 1924 veranderde de Mongoolse Volkspartij in de Revolutionaire Mongoolse Volkspartij en werd de basis gelegd voor een nietsontziend communistisch bewind, dat vooral onder Choibalsan (een stroman van Stalin) een hoge vlucht zou nemen:

  • Het land werd herverdeeld onder de bevolking
  • Duizenden monniken werden opgesloten of vermoord
  • Alle boeren moesten werken in coöperatieven, waarbij privé-initiatief verboden werd.

Door Soekhe Bator onderging Mongolië een grote invloed van de Sovjetunie, niet alleen de overconsumptie van vodka door de Mongoolse jeugd, maar ook op vlak van voedsel, muziek (en dans) werd de Russische invloed groot. Mongolië koos zelfs voor het Russisch als tweede taal.

Verzet tegen het pro-Russisch, communistisch bewind werd meedogenloos afgestraft: in 1937 waren al 27 000 mensen geëxecuteerd (bijna 3% van de toenmalige bevolking), waaronder ongeveer 17 000 monniken!

Een inval van Japan in 1939 werd door Russen en Mongolen afgeslagen.

In 1952 stierf Choibalsan en werd opgevolgd door Ymjaagiyin Tsedenbal, die veel verdraagzamer was dan zijn voorganger. Het communisme liep in Rusland echter op zijn laatste benen en Tsedenbal moest aftreden ten voordele van Batmönke die Mongolië wou besturen naar het model van Gorbatchov: glasnost (politieke transparantie) en perestroika (politieke, economische en sociale herstructurering)

Onder Batmönke werden de relaties met China geleidelijk aan verbeterd, hoewel de meerderheid van de Mongoolse bevolking deze evolutie niet toejuichte…

De val van het communisme zorgde in 1990 voor grote pro-democratische demonstraties en hongerstakingen. Batmönke werd verplicht af te treden en voor het eerst in de geschiedenis van Mongolië werden in juli van datzelfde jaar vrije verkiezingen georganiseerd. Ironisch genoeg koos de bevolking de communistische partij terug!! De Revolutionaire Mongoolse Volkspartij stond nu echter godsdienstvrijheid en vrijheid van ondernemingen toe, om zeker te zijn van komende overwinningen bij nieuwe verkiezingen.

Pas op 30 juni 1996 werd de macht van de communistische partij definitief gebroken…

De ‘democratischer’ partijen waren echter ook niet vrij van corruptie,en de beloofde welstand bleef uit, zodat ze bij de verkiezingen van juli 2000 weggestemd werden.

Opnieuw kwam de Revolutionaire Mongoolse Volkspartij aan de macht. Vandaag regeert Natsagiyn Bagabandi als president (sinds juni 1997) en is Tsakhiagiyn Elbegdorj (sinds 20 augustus 2004) de eerste minister.

De huidige regering is er nog steeds niet in geslaagd om de economische problemen na het wegtrekken van de Sovjetunie op te lossen:
In 1991 stopte de USSR met haar subsidies en begon geld te eisen in plaats van landbouwproducten voor haar petroleum en machines. De Mongolen konden dit moeilijk betalen, wat resulteerde in de geleidelijke afbouw van de mechanisatie en industrialisatie. Heel veel mensen verloren zo hun jobs en keerden terug naar het traditionele Mongoolse beroep van schaap –koe -of kamelenherder. De stad (vooral Ulaan Baatar) was het zwaarst getroffen en voor het eerst moest Mongolië afrekenen met werkeloosheid en het daaraan gekoppelde probleem van de straatkinderen. Vandaag leeft ongeveer 45% van de bevolking in de hoofdstad met een inkomen van minder dan 18 $ per persoon. Op het platteland is de situatie iets beter, maar toch wordt geschat dat ongeveer 887 000 Mongolen onder de armoedegrens leven.

Mongoolse godsdienst

Boeddhisme in Mongolië

De Mongolen zijn altijd bijzonder geïnteresseerd geweest in godsdiensten. Zo liet Koebilai Khan zich adviseren door een college waarin tal van godsdiensten vertegenwoordigd waren: islam, taoïsme, nestoriaans christendom, manicheïsme, boeddhisme, confucianisme. De grootste invloed had echter het boeddhisme, in de persoon van de Tibetaanse Boeddhist Phagpa. Waarschijnlijk lieten de Mongolen zich overtuigen door het boeddhisme omdat deze religieuze stroming het nauwst aanleunde tegen hun traditionele shamanisme. Vanaf Koebilai zou het boeddhisme een grote invloed krijgen op het leven van de Mongolen. In 1578 ontmoette Altan Khan de Tibetaanse religieuze leider – de lama - Sonam Gyatso, bekeerde zich tot het boeddhisme en verleende Gyatso de eretitel dalai. Zo werd Sonam Gyatso de eerste “Dalai Lama”. Het woord “dalai” betekent in het Mongools “oceaan”en wijst op de oneindige wijsheid van de lama. De twee vorige lama’s kregen postuum ook de eretitel dalai. (Vandaag zijn we ondertussen al toe aan de 14de Dalai Lama.) Sonam legde de Mongolen een aantal wetten op, o.a. het verbod op het doden van slaven en dieren bij een begrafenis. Hij legde de Mongolen ook op om een beeld van Gongor (of Mahakala) in elke ger te plaatsen.

Reïncarnaties van de lama’s (khutuktu)werden ook in Mongolië geboren: De prominentste onder hen zijn de Jebtzun Damba of Levende Boeddha’s. Ze staan de 3de hoogste in rang in het Tibetaans boeddhisme (na de Dalai Lama en de Panchen Lama).

De bekendste Jebtzun Damba was de grote Zanabazar. Deze monnik leefde van 1635 tot 1723 en was niet alleen beeldhouwer, schilder en dichter, maar ook dokter en diplomaat met een grote invloed aan het Chinese hof. In 1723 werd hij in China vermoord en ligt thans begraven in het klooster van Amarbayasgalant in Mongolië. Zijn mausoleum werd echter zwaar vernietigd door de communisten.
Zanabazar was verantwoordelijk voor het ontwerp van de nationale soyombo-teken (zie hoofdstuk 13)

De zesarmige Mahakala, god met 6 armen, god van de weelde en beschermer van de ger

Ook de Bogd Khan was één van de Jebtzun Damba, meerbepaald de achtste. Net zoals zijn Tibetaanse collega verkreeg hij de religieuze en de wereldlijke macht.

De band tussen Mongolië en Tibet is zeer groot:

  • Elke vrome Mongoolse boeddhist probeert één maal in zijn leven een bedevaart te maken naar Lhasa, de heilige stad van de boeddhisten
  • Mongoolse boeddhisten hebben honderden boeddhistische teksten vertaald in het Mongools
  • De 4de Dalai Lama was een Mongool
  • Wanneer de Britten Tibet bezetten in 1903, vluchtte de Dalai Lama voor enkele jaren naar Mongolië

Het boeddhisme had in Mongolië, zoals in voorgaand hoofdstuk vermeld, zwaar te lijden gehad onder het communisme. Niet alleen werden ongeveer 17 000 monniken vermoord, maar ook talrijke kloosters werden verwoest. Van de ruim 700 kloosters die Mongolië rijk was bleven er slechts 4 over, die verander werden in musea. Maar zelfs in deze toestand werden ze ernstig beschadigd. Het enige klooster dat nog min of meer mocht functioneren was het Gandan Klooster.

Naast ideologische motieven waren er nog andere redenen om de monniken uit te roeien:

  • De monniken werkten niet wat in de ogen van de communisten storend was
  • De monniken waren celibatair, wat niet druiste met het marxistische doel ‘meer mensen voor meer productie’
  • De monniken waren tegen de modernisering van hun land
  • Tot slot waren de kloosters de centra van economie en politiek in het land, wat een concurrentie was voor de regering.

Pas vanaf 1990 werd het boeddhisme weer toegestaan en momenteel is er in Mongolië zelfs een heropleving van deze religieuze stroming. Ongeveer 150 kloosters zijn ondertussen heropend, maar er is een groot tekort aan opgeleide lama’s…

Inhoud van het boeddhisme

Het vermijden van al het foute gedrag,
Het ondernemen van het goede,
En het ontwikkelen van je eigen geest;
Dit is de leer van de Boeddhas
Boeddha

In dit onderdeel willen we een zeer beknopte inleiding geven in het boeddhisme, die helemaal niet bedoeld is om exhaustief te zijn.

Het boeddhisme is een religie die in 588 (of 470) voor Christus in het noorden van India werd gesticht door Gautama Boeddha. Het heeft zich geleidelijk over andere delen van Azië uitgebreid en heeft een centrale rol gespeeld in de spirituele, culturele en sociale ontwikkeling van de Oosterse wereld. Tegenwoordig telt het boeddhisme ongeveer 415 miljoen aanhangers, waaronder een snel groeiend aantal in de Westerse wereld. De originele naam van het boeddhisme is Boeddhasasana (pali), wat 'de leer van de Boeddha' betekent. De kern van deze leer is het natuurlijk principe dat de Boeddha ontdekte als resultaat van zijn zoektocht naar een einde aan het lijden en de ontevredenheid. "Boeddhisme" is in de loop der tijden een verzamelnaam geworden voor de vele tradities die gebaseerd zijn op de oorspronkelijke leringen van de Boeddha.

De kern van de leer bestaat uit de volgende elementen:

Alle dingen die bestaan (materieel en geestelijk) hebben de volgende drie karakteristieken:

  1. Ze zijn impermanent en onderhevig aan verandering (pali: anicca)
  2. Doordat dingen veranderlijk zijn, kunnen onze wensen met betrekking tot deze dingen nooit compleet vervuld worden. Ze zullen blijven veranderen en dat is pijnlijk (pali: dukkha).
  3. Daarom zijn deze dingen ook niemands werkelijk bezit, niemand heeft er complete controle over. Er bestaat dan ook geen echte onveranderlijke essentie, zelf of ziel, waarvan je kunt zeggen: “Dat ben ik”. Alle dingen zijn zelfloos (pali: anatta).

Een belangrijk concept binnen het boeddhisme zijn de “ Vier Edele of Nobele Waarheden” De Vier nobele waarheden hebben tot doel het verkrijgen van inzicht in de aanwezigheid, oorzaak, oplossing en het overkomen van lijden en ontevredenheid.

  1. Er is lijden en ontevredenheid
  2. Er is een oorzaak voor dit lijden: verlangens
  3. Er is een einde aan het lijden wanneer er een permanent einde komt aan het ontstaan van verlangens door het behalen van verlichting
  4. Er is een weg die hier naartoe leidt: het achtvoudige pad. Het wiel van de leer (dharma) van het achtvoudige pad bestaat uit:
  5. De juiste zienswijze: inzicht in de vier edele waarheden, helder inzicht zonder illusies; de dingen zien zoals ze werkelijk zijn.
  6. De juiste intentie of gedachten: geen negatieve motivatie, geen kwade bedoelingen; niet handelen vanuit verstoorde emoties zoals woede, jaloezie, wanhoop, arrogantie, minderwaardigheidsgevoel enz.
  7. Het juiste spreken: niet liegen of klikken, schelden of kwaadaardig roddelen.
  8. Het juiste handelen: niet doden, niet stelen, geen bedrog, geen gewelddadig gedrag.
  9. Het juiste levensonderhoud: geen werk dat een vernietigend effect heeft op het leven.
  10. De juiste inspanning: de discipline van de wil, wilskracht ontwikkelen voor het volgen van dit pad.
  11. De juiste oplettendheid: alert zijn op wat men denkt, voelt, zegt of gewaar wordt; het opsporen van de gehechtheden daarin.
  12. De juiste concentratie: met meditatie de meest heilzame staat van geest bereiken.

Verder wordt in de boeddhistische kosmos het bestaan van goden en geesten geaffirmeerd, en is deze boeddhistische beschrijving van de kosmos niet in tegenspraak met die van de moderne wetenschap. De Boeddha onderwees ook het principe van kamma (karma): goede acties leiden tot goede resultaten, en slechte acties hebben slechte gevolgen. Boeddha zei dat kamma intentie is. Het gaat bij kamma dus om de intentie die de actie motiveert. Ook het beginsel van wedergeboorte is een fundamenteel Boeddhistisch concept. De manier waarop hergeboorte plaatsvindt heeft veel te maken met hoe een persoon in het verleden gehandeld heeft. Goede acties brengen een hergeboorte als een hogere of lagere god, of als een mens in een comfortabele situatie. Slechte acties veroorzaken een wedergeboorte in een hel, als een geest of dier, of als mens in een slechte situatie. Ook een leven in een hemel is echter slechts tijdelijk. Als het leven daar voorbij is, volgt een geboorte in misschien een lagere hemel (deva), een mens, dier of in een hel. Het hangt af van het karakter van je vroegere acties. Het huidige leven wordt volgens het boeddhisme voortgegaan door een oneindig lange reeks vorige levens. Alleen het behalen van verlichting brengt dit alsmaar doorgaand rad (samsara) van doodgaan en geboren worden tot een einde. Dan is er ook een einde aan ouderdom en ziekte, zorgen, spijt, pijn en wanhoop.

Wiel van het leven

  • Yama, god van de dood houdt het vast
  • Het rad zelf stelt de cyclus van geboren worden en sterven voor
  • De zes onderverdelingen stellen de zes gebieden van de hergeboorte voor die beheerst worden door goden, titanen, hongerige geesten,de hel, dieren en mensen
  • Rondomrond zijn 12 afbeeldingen die het aardse leven voorstellen

Belangrijke figuren uit het boeddhisme

Boeddha: Gautama Siddharta (de historische Boeddha) was geboren ergens in de 6de of 5de eeuw v.Chr. Hij was van koninklijke afkomst maar koos uiteindelijk voor een leven in ascese:

De ouders van Gautama heersten over een klein koninkrijk in de vallei van de Ganges in het noordoosten van India. Op de avond waarop Gautama werd verwekt zag zijn moeder, koningin Maya, een witte olifant, symbool voor een uitzonderlijk wezen, die haar baarmoeder binnenging. Maar ook tijdens zijn geboorte waren er allerlei wonderbaarlijke tekens. Kort na de geboorte stierf zijn moeder en Gautama werd door zijn tante opgevoed. Aan zijn vader werd voorspeld dat Gautama een groot leider of als hij veel met lijden zou te maken hebben, een groot religieus leider zou worden. Daarom werd Gautama afgeschermd van de buitenwereld. Gautama trouwde en kreeg een zoon, maar werd geplaagd door een rusteloos gevoel. Samen met zijn wagenmenner vluchtte hij uit het paleis - tegen de wil van zijn vader - en zag een oude man, een zieke, een lijk dat naar een crematorium werd gebracht en een rondreizende heilige man. Deze vier tekens, die Boeddha bij vier verschillende gelegenheden kreeg, zetten hem aan het denken over ouderdom, ziekte, dood en het belang van het zoeken naar de zin van het leven. Gautama trok door het woud, waar hij twee religieuze wijzen ontmoette, die hem leerden hoe hij moest mediteren én hem vroegen zich bij hen aan te sluiten. Gautama ging hier niet op in en besloot zo hard te vasten ‘dat hij zijn ruggengraat door zijn maag zou kunnen voelen’. Dit had geen resultaat: het leerde Gautama echter wel dat de beste weg voor een monnik ligt tussen de uitersten van genotzucht en onthouding. Zes jaar na het begin van zijn zoektocht kwam Gautama bij een heilige boom: hier besloot hij te mediteren totdat hij het antwoord op zijn vraag had gevonden. Tijdens die meditatie vecht hij een innerlijke strijd uit met Mara, de godin van het kwaad. Boedhha ziet de waarheid van alle dingen (de Verlichte, Boeddha) en wordt geroepen om de mensen de zin van het bestaan te leren en ze te bevrijden van het lijden. Hier bereikt hij het ‘Nirwana’. Hij ontmoet vijf van zijn vroegere vrienden en geeft hun zijn eerste preek over de Vier Edele Waarheden. Op 80-jarige leeftijd sterft Boeddha in alle rust, liggend op zijn zij.

Boeddha wordt op verschillende wijzen uitgebeeld:

  • Sakyamuni: de zittende Boeddha: de rechterhand raakt de aarde aan met de palm naar binnen en de linkerhand houdt een bedelnap vast.
  • Maitreya: zittende Boeddha met de hand bij de borst
  • Dhyani: contemplatie-Boeddha: de rechterhand wordt met de palm naar buiten naar beneden gehouden en de linkerhand met de palm naar boven.
  • Avalokitesvara: Boeddha met 1000 paar armen en 11 hoofden.

Naast Boeddha komen ook andere figuren voor:

  • Manjushri: De Goddelijke Leerkracht: Met het vlammende zwaard snijdt hij de onwetendheid door.
  • Tara: De Redster: Deze god heeft 21 manifestaties. Ze symboliseert zuiverheid en van vruchtbaarheid en vervult de wensen.
  • Begze: De beschermer van Mongolië
  • Yamantaka: Deze god wordt afgebeeld met een buffelkop, 16 benen en 34 armen
  • Mahakala: God van de weelde en beschermer van de ger

Het shamanisme

Het shamanisme was dé godsdienst bij uitstek van de Mongolen tijdens de regering van Genghis Khan. Vandaag is het min of meer naar de achtergrond verdwenen maar toch leven typische shamanistische praktijken verder in het Mongoolse boeddhisme. Ook in Mongoolse dansen leeft het voort. Het shamanisme kende een grote bloei onder het communisme omdat er nu eenmaal geen boeken of gebouwen waren om te vernietigen… (Foto Sjaman)

Het bekendste symbool van het shamanisme zijn de Ovoo en de Khadag.

In het shamanisme bestaan enkele vreemde gebruiken die sterk gelinkt zijn aan een groot respect voor de aarde: in de aarde graven of gras afsnijden wordt er als goddeloos beschouwd. Wellicht is dit ook de reden waarom de Mongolen in het verleden zo weinig respect hadden voor naties die wel aan landbouw deden.

Het shamanisme draait rond de shaman: boo als het een man is of udgan als het een vrouw is die speciale medische en religieuze kracht heeft. De shamanen geven hun macht op erfelijke wijze door en kiezen voor een leven in isolement. Elk moment kunnen ze door de stam gecontacteerd en worden wanneer er ziektes onder het vee opduiken. Ook boze geesten worden door de shamanen verdreven en begeleiden zij de geesten van de doden naar de onderwereld. Om met de geesten in contact te komen gaan ze in trance (dit kan soms tot 6 uur duren!) en offeren dieren om die geesten gunstig te stemmen. Met de beenderen van de geofferde dieren worden voorspellingen gedaan.

Christendom en islam

Deze laatste religies vormen in Mongolië een zeer kleine minderheid.

Het christendom bestond al lang voor de Westerse missionarissen in Mongolië toekwamen. In Mongolië bestond de nestoriaanse variant: In essentie stelt het nestorianisme dat Christus uit mens én God bestaat, met een grote nadruk op de mens. Nestorius (de stichter van het nestorianisme) vond dat Maria niet de ‘Moeder Gods’ mocht genoemd worden maar slechts de ‘Moeder van Christus’. Maria droeg, aldus Nestorius, alleen de menselijke natuur van Christus. De theorieën van Nestorius stelden dus de eenheid van de persoon Christus in twijfel en werden daarom veroordeeld in 431. Een groepje nestorianen was echter naar het oosten uitgeweken om de leer daar te verspreiden met succes. Zo stond Genghis erg geïnteresseerd tegenover het nestorianisme, zonder zich echter zelf te bekeren. Vandaag heeft het nestorianisme plaats gemaakt voor het Rooms Katholiek geloof en de sekte van de Mormonen. De slechte economische situatie heeft ervoor gezorgd dat de laatste jaren al heel wat Mongolen zich tot een van beide religies bekeerd hebben.

Tot slot willen we er ook nog op wijzen dat zich in Mongolië ook nog een heel kleine minderheid moslims bevindt. Ze behoren tot de strekking van de soennieten.